Door Kaat Heylen
Kiana en Britt zijn beiden eenentwintig, student en aan weerszijden doof. Hoe dichter ze tot een horende wereld komen, hoe meer ze op obstakels en misverstanden stuiten. “We moet onszelf bepaalde kansen opleggen”, vertellen de vriendinnen, waarna ze de waarheid over doven blootleggen.

Twee vriendinnen praten uitbundig aan een tafeltje in de zon. Ze leerden elkaar kennen op het Koninklijk Instituut voor Doven en Spraakgestoorden (KIDS) in Hasselt, en zijn sindsdien onafscheidelijk. Kiana zit links, zoals gewoonlijk, met Britt aan haar rechterzijde. “Je hoort meestal langs een kant beter, degene waaraan je eerst geopereerd bent. Ik ga altijd met de goede kant naar de ander zitten”, zegt Kiana.
Er is veel omgevingsgeluid, waardoor ze veel moeten liplezen. Britt vertelt hoe dat komt:“Met een goed gehoor kun je achtergrondgeluiden filteren, maar wij horen alles. Daarom moeten we vaak meer moeite doen om een gesprek te kunnen volgen. We zijn prikkelbaarder, na lang luisteren moeten we vaak even rusten.”
Je kan de overprikkeling vergelijken met een blootstelling aan omgevingsgeluid na lange periode een ruisonderdrukkende hoofdtelefoon te hebben gedragen. Als je lange tijd alle geluiden om je heen wegfiltert, vallen ze sterker op wanneer ze plots weer aanwezig zijn. “Dat is hoe wij altijd horen”, zegt Kiana “We moeten onszelf constant trainen om geluiden te kunnen filteren.”
Hoorapparaat als middel
“Veel mensen zien een hoorapparaat als een oplossing, terwijl het eigenlijk maar een hulpmiddel is. Het helpt je om in de maatschappij te integreren. Als je een blinde een stok geeft, gaat hij toch niet terug zien? Hoe kan je dan verwachten dat, als je een dove een hoorapparaat geeft, hij of zij ook alles kan horen? Bovendien heb je als horende nooit échte stilte. Je hoort je hart pompen, je hoort iets kraken, je gehoor staat nooit volledig uit.”, vertelt Britt.
“Bij ons is dat anders,” erkent Kiana, “ook al heb je een hoorapparaat, je moet nog steeds leren spreken, werkwoorden vervoegen en zinnen maken. En er zijn ook veel woorden die wegvallen bij gebarentaal. Je kan je wel voorstellen dat ik vaak heb gehuild bij de logopedist vroeger.”
Mensen met een implantaat beleven omgevingsgeluiden dus niet hetzelfde als horende mensen. “Bijna elk doof kind droomt ervan om later tolk gebarentaal te worden. Maar iemand die een hoorapparaat draagt, hoort niet alles, hoe ga je dan kunnen tolken?” , zegt Britt. De meeste misverstanden ontstaan vanuit het idee dat een hoorapparaat je plots weer volledig doet horen. In de realiteit zendt het toestel signalen naar je hersenen, waarna jijzelf nog de selectie moet maken tussen wat je wel of niet wil horen.
"Als je een blinde een stok geeft, gaat hij toch niet terug zien? Hoe kan je dan verwachten dat, als je een dove een hoorapparaat geeft, hij of zij ook alles kan horen?" (Britt)
"Als je een blinde een stok geeft, gaat hij toch niet terug zien? Hoe kan je dan verwachten dat, als je een dove een hoorapparaat geeft, hij of zij ook alles kan horen?"
Tussen twee werelden
“Ze ontdekten pas laat dat ik doof was. Ik was drie jaar oud en ging al naar de kleuterklas. Omdat ik niet sprak, dachten ze dat ik een zware vorm van autisme had. Ik keek naar wat mijn klasgenootjes deden en kopieerde hen. Als kind was ik vaak alleen en mijn manier van spelen was anders dan die van de rest van de klas. Daarom testten ze me op autisme. Wat bleek: ik was niet autistisch, maar doof”, vertelt Britt.
Hoe later het implantaat geplaatst wordt, hoe moeilijker het wordt om gewend te raken aan het verschil tussen stilte en lawaai. Daarom is een implantaat plaatsen een belangrijke levenskeuze voor vele doven en slechthorenden. “Mijn mama heeft die keuze voor mij moeten maken toen ik drie jaar oud was: willen we haar in een dove wereld laten opgroeien, of geven we haar implantaten?”, zegt Britt “Ik ben wel blij dat ze de tweede keuze heeft gemaakt.”
Ook Kiana erkent de keuzes die haar ouders op jonge leeftijd voor haar gemaakt hebben. “Ik was tweeënhalf jaar toen mijn mama me naar het KIDS internaat stuurde. Ze had toen nog geen rijbewijs en kwam me elke woensdag en elk weekend met de trein halen. Het was zwaar voor haar, maar ik ben haar daar heel dankbaar voor.”
De vriendinnen spreken zowel gebarentaal als gesproken taal, wat hen soms in een lastige positie brengt. “We zitten tussen twee werelden. We horen niet thuis bij de dove wereld, omdat we nog kunnen horen, maar we horen ook niet volledig thuis bij de horende wereld, omdat we niet alles horen. Dat maakt het soms moeilijk.” , aldus Kiana.
Oralisme
Gebarentaal bestaat sinds de zestiende eeuw. Toch werd de Vlaamse gebarentaal pas erkend als officiële taal in 2006, een paar jaar nadat Kiana en Britt geboren werden.
De jaren tachtig waren de hoogdagen van het oralisme, een onderwijsmethode waarbij dove studenten werden onderwezen met gesproken taal. “We hebben het einde van die fase nog meegemaakt.” Vertelt Britt. “Dat bestond vooral uit veel praten en weinig gebarentaal. We moesten nu eenmaal hetzelfde zijn als horenden, waardoor we meteen uit de boot vielen.” Gebarentaal werd verboden of vermeden, ook door begeleiders en dovenonderwijzers. “Er werd ons verteld dat, als we niet konden spreken, we het nooit ver zouden schoppen in ons leven”, aldus Kiana.
De leuze van het oralisme klonk als volgt: hoe meer we doven van de dovenwereld afsluiten, hoe beter ze zich integreren in de maatschappij. “We werden afgesloten van andere doven, zo mochten we een tijd lang geen dove volwassenen leren kennen. Het is bizar om daar nu bij stil te staan”, zegt Britt. Die onderwijsmethode heeft ook invloed gehad op Kiana’s ontwikkeling: “We werden echt afgescheiden van de rest, waardoor ik het moeilijk vond mezelf te accepteren.
Het oralisme is tegenwoordig minder aanwezig. Iedereen mag beslissen of zij al dan niet gebarentaal spreken. "Gelukkig ligt de focus nu bij zelfontwikkeling”, vertelt Kiana.
"We zitten tussen twee werelden. We horen niet thuis bij de dove wereld, omdat we nog niet kunnen horen, maar we horen ook niet volledig bij de horende wereld, omdat we niet goed horen. Dat maakt het soms moeilijk." (Kiana)
"We zitten tussen twee werelden. We horen niet thuis bij de dove wereld, omdat we nog niet kunnen horen, maar we horen ook niet volledig bij de horende wereld, omdat we niet goed horen. Dat maakt het soms moeilijk."
Techno en trillingen
De implantenten hebben ook heel wat voordelen, verklapt Britt: “Voor een examen wiskunde heb ik ooit mijn formules ingesproken, en liet ik de opname afspelen terwijl ik mijn oefeningen maakte.” Sinds een paar jaar hebben bepaalde hoortoestellen een bluetoothfunctie om muziek en opnames rechtstreeks af te spelen. Een hoofdtelefoon dragen is dus niet nodig.
“We houden van muziek, we kunnen niet zonder”, vertelt Kiana. “Op Pukkelpop gingen we helemaal vooraan bij de boxen staan om de bassen extra hard te voelen, we kunnen ons gehoor toch niet verder schaden. Ik voelde de muziek doorheen mijn hele lichaam, mijn wereld ging helemaal open.”
Voor(oor)delen
Wanneer Britt haar hoorapparaat uitdoet, worden haar andere zintuigen extra geprikkeld. “Als ik slaap, doe ik mijn hoorapparaat uit, en dan merk ik van alles: hoe mensen rondwandelen in mijn huis, wanneer iemand wakker wordt of wanneer er een deur dichtvalt. We voelen dus meer en dat is soms een voordeel. Al slapen we daardoor niet altijd zo diep.”
Toch zijn er nog heel wat obstakels voor mensen die met een hoortoestel door het leven gaan. “Ik heb geprobeerd om naar een reguliere middelbare school te gaan, maar het tempo lag te hoog. Gelukkig kan ik nu met de hulp van Artificiële Intelligentie mijn lessen ondertitelen, echt handig”, merkt Britt op. “Ook op mijn stageplaats in het ziekenhuis merk ik dat de verpleegkunde nog niet klaar is voor dove mensen.” Zo hoort ze de geluidpompen niet en heeft ze nood aan een rustige werkplek. “Zo kan ik anderen beter verstaan.”
Kiana wilde een politieopleiding starten, maar werd afgewezen omdat ze doof is. “Toen die kans me werd afgenomen, besefte ik dat ik geen keuze had, ik moet en zal me aanpassen aan de maatschappij. Als je tijdens de opleiding of het werk doof wordt, mag je wel blijven. En zo zijn er veel dingen die dove mensen graag willen, maar niet kunnen vanwege hun doofheid.
Ook het openbaar vervoer nemen is niet altijd even gemakkelijk, vertelt Britt: “We horen het omroepsysteem niet. Als ze zeggen: ‘de eerste twee deuren gaan niet open’, dan sta ik natuurlijk toevallig voor die eerste twee deuren.”
Geven en nemen
“Vaak vergeten mensen dat ik doof ben, en dat vind ik helemaal niet erg.” zegt Kiana. “Maar tegelijkertijd vind ik het wel fijn als mensen er rekening mee houden.” Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) heeft meer dan vijf procent van de wereldbevolking een vorm van gehoorverlies. Tegen 2050 zou dat percentage stijgen naar tien procent. Daarom is het des te belangrijker om de belangen van doven en slechthorenden in acht te nemen.
Britt geeft enkele tips om het leven van mensen die een hoorapparaat dragen wat gemakkelijker te maken: “Iedereen zou een basis gebarentaal moeten leren, net zoals we Frans leren in het middelbaar. Er is namelijk een grote kans dat je er ooit mee in contact komt.” Kiana nuanceert haar tip meteen: “Maar niet alleen de goedhorende mensen moeten hun best doen. Het moet een beetje fiftyfifty zijn. Als je als dove persoon moeite doet om de horende wereld te begrijpen, krijg je er ook veel voor terug. Er zijn heel wat mensen die ons graag willen helpen, die ons appreciëren en ons mee willen ondersteunen.”
Ook voor doven en slechthorenden heeft Britt een korte boodschap: “Zoek andere mensen die doof zijn, zoals Kajong in Hasselt, ze kunnen veel steun bieden.”
Hoor je me wel?