Door Nel Heysse en Paulien Corthouts
Wie aan kleptomanie lijdt, heeft een onweerstaanbare drang om te stelen. Kleptomanie of ziekelijke steelzucht is een psychische aandoening waarbij het moeilijk is om impulsen te beheersen. Maar niet iedereen die steelt, is per definitie een kleptomaan. Barbara* (22) en Evelien* (22) hebben een verleden van regelmatig stelen. Zij blikken terug op die periode uit hun leven.
Barbara zat in het zesde leerjaar toen ze voor het eerst snoepjes bij Kruidvat stal. “Ik denk dat iedere twaalfjarige daar schuldig aan is.” Ook bij Evelien begon het met schepsnoep stelen bij Kruidvat. Op haar tien jaar kwam ze voor het eerst in contact met stelen. Ze was in Walibi en haar vrienden stalen allerlei spullen om onderling te ruilen. Zelf durfde ze niet mee te doen. “Hoewel ik het niet goedkeurde, wekte het wel nieuwsgierigheid op. Of die uitstap een proces in gang heeft gezet, weet ik niet, maar het heeft een grote indruk op me nagelaten”, zegt Evelien.
Evelien stal op haar veertiende voor het eerst iets van grotere waarde. “Op die leeftijd droeg iedereen T-shirts met het Nike-logo. Ik was met een vriendin in een tweedehandswinkel, waar ik een Nike T-shirt zag hangen waaraan ik niet kon weerstaan. We werden betrapt, moesten de spullen betalen, maar verder had het geen gevolgen. Omdat de straf zo mild was, schrok het me niet af om het opnieuw te doen.”
Barbara begon op haar vijftiende regelmatiger te stelen, al bleef dat een lange tijd beperkt tot voeding. In het vijfde middelbaar, ondertussen 16 jaar, stal ze voor het eerst een juweel. “Samen met vriendinnen ging ik een dag naar Antwerpen om kettingen te stelen bij Urban Outfitters. Het was bekend dat het een makkelijke plek was om te stelen.”
“Het was een vorm van rebellie tegen alles wat ik geleerd heb”
Rebellie en minderjarigheid
In het derde middelbaar veranderde Evelien van school en begon ze vaker te stelen. “Mijn moeder maakte zich zorgen toen ik in Brussel naar school ging. Ze dacht dat ik zou beginnen te roken, drinken en stelen, en dat gebeurde ook (lacht). Ik was jong en rebels en wilde dingen uitproberen. Ik vond het ook leuk, want zo had ik anekdotes om aan mijn vrienden te vertellen.”
Barbara stal voor de kick. “Ik vond het heel spannend om te doen, maar achteraf voel je je opgelucht dat het gelukt was. Het was een heel chaotische periode uit mijn leven. Achteraf zie ik het als een weerspiegeling van mijn jeugd: heel rebels. Ik protesteerde tegen alles en iedereen. Mijn mama zei altijd dat ik nooit mocht stelen. Daarom was het, denk ik, een vorm van rebellie tegen alles wat ik geleerd heb. Mijn hele familie zou dit enorm afkeuren.”
“Ik had wel een afspraak met mezelf” voegt Barbara toe. “Tot mijn achttiende mocht ik stelen, maar ik wilde absoluut vermijden dat het op mijn strafblad zou komen. Helaas heb ik die belofte gebroken.” Evelien stopte wel zodra ze meerderjarig was. “Dat ik minderjarig was, speelde toen een grote rol. Ik wist dat de gevolgen dan minder erg zouden zijn.”

Geen financiële noodzaak
Bij kleptomanie spelen financiële problemen geen rol. Zowel Barbara als Evelien konden zich de gestolen goederen veroorloven, maar gaven liever geen geld uit aan onnodige spullen. Evelien: “Op dat moment wilde ik niet al te veel geld uitgeven, en stelen was dan de oplossing.”
Ze kregen het voorwerp dat ze wilden, zonder ervoor te betalen. “Waarom geld uitgeven als je het kan stelen?”, vertelt Barbara. “Ik had het geld, maar door te stelen kon ik sparen én had ik de ketting die ik wilde.” Evelien steekt het op haar gierigheid: “Ik was gierig. En al had ik te weinig geld, ik kon altijd bij mijn ouders lenen. Ik stal puur voor de spanning, ik wilde graag stelen. Daarom begrijp ik ook hoe moeilijk het kan zijn om ermee te stoppen.”
“Wit privilege speelde een grote rol: ik ben nooit gecontroleerd”
Strategisch stelen
Evelien plande haar diefstallen nauwkeurig. “Ik wist al dat ik ging stelen voordat ik een winkel binnenstapte.” Ze hield camera’s en de manier van bewaken in het oog om een ‘blinde vlek’ te vinden. “Afhankelijk van het object had ik trucjes: in mijn zak, onder mijn trui of gewoon in mijn hand meenemen zonder op te vallen. Er zat altijd een strategie achter.” Bij supermarkten koos ze bewust de zelfscankassa en wist ze welke artikelen ze niet zou scannen. In kledingwinkels verborg ze kledingstukken of accessoires onder haar jas of trok ze in het pashokje kleding onder haar eigen outfit aan.
Ook haar vriendinnen stalen. “Ze hadden altijd een schaar bij om de beveiligingstags af te knippen, waardoor hun kleren vol gaten zaten (lacht). Zo heb ik eens een schaar gestolen om een tag weg te knippen", vertelt Evelien verder. “Met mijn toenmalige vriendje ging ik een dagje naar Antwerpen om te 'winkelen'. Er werd gezegd dat America Today een makkelijke plek was om te stelen, omdat er geen beveiliging op hun kleding zat. Toen we naar buiten liepen, gingen de poortjes af. We begonnen meteen te rennen. Later die dag stalen we een schaar in de Hema om de tag eruit te knippen."

“Ik vind nog steeds dat grote winkelketens geboycot moeten worden, maar stelen kun je niet goedpraten”
Wit privilege
Barbara had geen strategie. Ze wandelde een winkel binnen en nam alles mee wat ze wilde. “Er was geen slimme tactiek. Ik pakte de spullen uit de rekken en stopte het in mijn zakken, aan de kassa rekende ik altijd één product aan. Ik kon mezelf niet bedwingen om niet te stelen omdat de optie van stelen er altijd was. Het leek me logisch om altijd iets kleins extra mee te nemen uit de supermarkt waar ik niet voor had betaald. Ik zie er ook heel onschuldig uit. Ik wist dat ik niet snel verdacht zou worden van diefstal.”
Ook Evelien vertelt over de privileges van haar uiterlijk. Ze is een wit meisje met blond haar en draagt een bril. “De jongens van kleur moesten in de supermarkt naast mijn middelbare school altijd hun zakken tonen. Ik niet, terwijl ik wel stal. Wit privilege speelde een grote rol: ik ben nooit gecontroleerd.”
Diefstal als boycot
Barbara stal eerst voor de spanning, maar na verloop van tijd kreeg ze schuldgevoelens. Ze besefte dat ze de spullen kon betalen en vond het niet langer gerechtvaardigd. Daarom begon ze te stelen voor anderen. “In Brussel wonen er veel daklozen. Ik ging naar de Primark en stal dekens, mutsen en sjaals om hen warm te houden.”
“Door hun monopolie, hebben kleine ondernemers het moeilijk.” Ze zag stelen als een vorm van boycot. “Ik heb ooit in Berlijn mijn broertje meegenomen op een 'steeltocht' (lacht). Ik wou hem laten zien hoe gemakkelijk het is om te doen. Daarnaast wilde ik hem ook de boodschap meegeven om de grote winkels te boycotten. Daar voel ik me achteraf wel schuldig over, want dat is als grote zus heel onverantwoord om te doen. Ik vind nog steeds dat grote winkelketens geboycot moeten worden, maar stelen kun je niet goedpraten.”
“Ik heb geld en geen reden om te stelen. Toch kijk ik nog steeds automatisch waar de camera’s hangen”
De drang blijft
Evelien stopte met stelen nadat ze betrapt werd. “De agenten zeiden dat ik geen toekomst meer had, ook al was ik nog minderjarig. De situatie heeft me erg afgeschrikt. Nu besef ik dat het waarschijnlijk een strategie was om me bang te maken en te ontmoedigen om nog te stelen. Dat heeft gewerkt.”
Barbara werd nooit betrapt, maar een vriendin met wie ze vaak stal wel. “Zij voelde zich slecht omdat ze als crimineel werd aangezien. Stelen is crimineel, maar je denkt niet altijd na over de gevolgen. Tot je betrapt wordt, dan besef je ineens dat je een dief bent.” Ook leerde ze associaties veranderen. “Als ik niet genoeg geld heb om iets te kopen, zie ik het niet meer als veroorloving om te stelen. Nee, ik heb er geen geld voor, dus dan moet ik het maar niet kopen.
Barbara en Evelien laten zien hoe de drang om te stelen in hun jeugd begon, maar na verloop van tijd veranderde door reflectie en ervaring. Hoewel beiden gestopt zijn, blijft de verleiding aanwezig. Evelien: “Nadat ik betrapt werd, heb ik nog een paar keer gestolen, maar het gaf me geen voldoening meer. Vroeger was het stelen spannend, nu voel ik vooral schaamte. Ik heb geld en geen reden om te stelen. Toch kijk ik nog steeds automatisch waar de camera’s hangen. En als ik iets koop dat ik makkelijk had kunnen stelen, voelt die aankoop minder goed.”
Ook Barbara voelt de steeldrang nog opkomen: “Ik zal eerlijk zijn, als ik te weinig geld heb, steel ik soms nog. Je vergeet nooit hoe gemakkelijk het is.”
* Omwille van privacyredenen, zijn Evelien en Barbara pseudoniemen.