Door Marieke Cox en Robin Demesmaeker
Bepaalde beroepen worden vandaag in de samenleving nog altijd als vrouwelijk bestempeld. Toch kiezen ook mannen voor deze vakgebieden, zelfs als ze te maken krijgen met diepgewortelde stereotypen, vooroordelen en seksisme. Wij spraken met een meester in het lager onderwijs en een mannelijke huishoudhulp over hun ervaringen. “Vooral de oudere generatie zit nog vast in dat conservatieve stramien.”
Nico Cox (56) - Huishoudhulp
De cijfers van Statbel spreken voor zich: in 2023 was maar liefst 92 procent van de huishoudhulpen in België een vrouw. Toch zijn er mannen die bewust voor het beroep kiezen, ondanks het vrouwelijke imago van de job. Een van hen is Nico Cox (56), die al twaalf jaar als huishoudhulp werkt.

Nico Cox
Nico begon met werken als huishoudhulp via een trajectbegeleiding bij de VDAB. "Ik was op zoek naar een job die bij me paste en huishoudelijk werk ligt me wel", vertelt hij. "Ik hou ervan om in een fijne sfeer te werken en iets te betekenen voor mensen. Het is een stukje hulpverlening, en dat spreekt me aan."
Toch ondervond hij meteen dat niet iedereen een man in deze sector als vanzelfsprekend beschouwt. "Sommige mensen reageren verbaasd. Ze vragen: ‘Kun je wel strijken? Kun je poetsen? Kun je koken?’ Dan moet je uitleggen dat je dat uiteraard kunt, of dat je er tenminste je best voor doet. Vooral de oudere generatie zit nog vast in dat conservatieve stramien waarin huishoudhulp als een vrouwenberoep wordt gezien."
Seksisme en weerstand bij de start
De vooroordelen kwamen niet alleen van klanten, maar zelfs van de VDAB zelf. "Toen ik voorstelde aan mijn trajectbegeleidster om voor huishoudhulp te gaan, wilde ze me eerst niet helpen. Ze vond zelf dat het een job voor vrouwen was, en dus niet voor mij", herinnert Nico zich. "Ik heb toen heel kordaat gezegd: ‘Goed, dan doe ik het zonder de VDAB’. Ik ben gaan solliciteren. Ik kon beginnen. Dan ben ik terug naar de VDAB gegaan. Ik heb gewoon gezegd: ‘Ofwel gaan jullie mij helpen en begeleiden en ik begin in de job, ofwel doen jullie niks en ik begin ook in de job.’"
Bij zijn werkgever voelde Nico gelukkig geen onderscheid. "Ik heb een zeer goede werkgever. Ik word niet anders behandeld dan mijn vrouwelijke collega's.” Er werken nog altijd meer vrouwen in de sector, maar het aantal mannen stijgt. Toch blijft het aandeel laag: in 2023 was slechts 8 procent van de huishoudhulpen een man.
Een beroep zonder gender?
De sector was duidelijk niet volledig voorbereid op mannelijke huishoudhulpen. "Toen ik begon, waren er alleen damesschorten beschikbaar. Werkkledij voor mannen was er niet echt", zegt Nico. "Dat is intussen verbeterd. We hebben nu T-shirts en andere werkkledij die ook voor mannen geschikt zijn. Al moet ik mijn eigen werkkledij nog steeds zelf aankopen."
Nico vindt het belangrijk dat meer mannen de stap durven zetten naar de sector. "Vooroordelen mogen je niet tegenhouden. Wat je wel nodig hebt in deze job, is veel geduld. En het moet in je zitten. Dat geldt eigenlijk voor elke job. Ik kook, ik was, ik strijk, en doe alles wat daarbij komt kijken. Het maakt niet uit of je man of vrouw bent. Of je wit, zwart, geel of rood bent, iedereen kan dit werk doen.”
“Ik denk dat huishoudhulp altijd wel een beetje een taak zal zijn met een licht vrouwelijk kantje.”
Koken, wassen, en een verschil maken
Voor Nico is het vanzelfsprekend dat hij net als zijn vrouwelijke collega's alles in huis doet. "Ik ben huishoudhelper, gezinshelper. Ik ga bij mensen aan huis wassen, koken, strijken, eten maken, boodschappen doen en doe andere kleine zorgtaken", zegt hij.
Toch erkent hij dat huishoudhulp waarschijnlijk een beroep blijft waarin vrouwen de meerderheid vormen. "Ondanks dat ik vind dat er geen specifieke mannen- of vrouwenberoepen meer bestaan, zijn er toch nog specifieke dingen die meer door vrouwen of door mannen worden gedaan. Ik denk dat huishoudhulp altijd wel een beetje een taak zal zijn met een licht vrouwelijk kantje. Dus dat het meer door vrouwen zal worden gedaan dan door mannen."
Het mooiste aan zijn job? “De dankbaarheid van de mensen. Dat je echt een verschil maakt in hun dagelijks leven. Dat is wat telt."
Gorik De Bolle (47) - Lagere schoolleerkracht
Slechts 16 procent van alle leerkrachten in het lager onderwijs is een man, volgens de cijfers van de Vlaamse onderwijsadministratie. Het aantal meesters in het lager onderwijs blijft dalen, waardoor de job steeds meer als ‘vrouwelijk’ wordt gepercipieerd. Mannelijke leerkrachten ervaren hierdoor maatschappelijke vooroordelen over hun job. Een van hen is meester Gorik De Bolle (47), die lesgeeft in het zesde leerjaar van basisschool De Klimop in Schepdaal.

Meester Gorik in zijn klaslokaal
De enige man
Gorik is zij-instromer. Na een carrière in de media, besloot hij in 2010 om drie jaar lang de lerarenopleiding te volgen. “Ik raakte mijn job beu en wilde mijn leven zinvoller maken. Het onderwijs trok mij aan. Ik vind het fijn om met jonge mensen in contact te komen en hen te inspireren. Daarom koos ik ook expliciet voor het lager onderwijs: je hebt een vaste klas en zo kan je die ketten echt zien groeien.”
De statistieken van de Vlaamse onderwijsadministratie vertalen zich ook in de realiteit: Gorik heeft alleen maar vrouwelijke collega’s. “De enige andere man op school is de turnleerkracht. Maar hij is hier zelden omdat hij ook op andere scholen lesgeeft. Ik ben omringd door juffen, maar ik heb daar geen problemen mee. In de leraarskamer voel ik mij helemaal thuis, al voel ik mij natuurlijk soms wel een witte raaf.” (lacht)
Onderwaardering
Gorik ervaart geen problemen op de werkvloer met het feit dat hij de enige man is. Maar het schoentje knelt bij de maatschappelijke perceptie van mannen in het lager onderwijs. De job wordt maatschappelijk niet gezien als een ‘hard’ en ‘moeilijk’ beroep waar mannen in thuishoren. “De verantwoordelijkheid van een leerkracht wordt vaak ondergewaardeerd door de samenleving. Ik herinner me een gesprek met iemand die niet wilde geloven dat leerkrachten een burn-out kunnen krijgen. Hij zei dat er op zijn eigen werk dagelijks miljoenen euro’s door zijn handen gaan. Als hij één fout maakt, kost dat het bedrijf fortuinen. Dát vond hij pas echte verantwoordelijkheid. Maar ik weet nog dat ik dacht: elke dag zitten er in onze klas 25 kinderen, het kostbaarste bezit van hun ouders. En daar dragen wij zorg voor. Dat is misschien niet in cijfers uit te drukken, maar de verantwoordelijkheid is enorm. Dit zorgaspect is een eigenschap dat door de maatschappij niet als ‘mannelijk’ wordt gezien. Maar in mijn ogen is voor iemand zorgen iets menselijk, niet iets louter vrouwelijk."
“De maatschappelijke focus voor mannen ligt meer bij het materialistische.”