(F)luistervuur
Door Nel Heysse
Elke week zoekt F(luister) iemand met een verhaal dat doorgaans gefluisterd wordt. Het vergt moed om erover te praten, maar ze zijn nooit alleen met hun verhaal. Aan de hand van een vragenvuur nemen we een kijkje in dat wat hen ‘anders’ maakt.
Deze week is het aan Marieke Cox (22), een gedreven student Journalistiek uit Houthalen-Helchteren. Zoveel jaar geleden ontdekte ze dat ze vaginisme heeft. Marieke praat er met gemak over, maar merkt dat anderen hier wat schroom bij hebben.
Wat wil je roepen in plaats van te fluisteren?
“Ik wil zeggen dat ik vaginisme heb en dat het voorkomt bij 1 op de 10 vrouwen. Vaginisme is een lichamelijke reactie waarbij de bekkenbodemspieren zich opspannen, waardoor penetratie heel pijnlijk of onmogelijk wordt. Ik wil niet zeggen dat er fysiek iets mis met me is, maar eerder iets anders. Je hoeft je er dus niet voor te schamen.”
Hoe ontdekte je het?
“Op mijn 16 jaar had ik mijn eerste liefje en werd ik seksueel actief. Het lukte niet om seks met hem te hebben. Niet louter door de pijn, maar het was ook fysiek onmogelijk. Ik dacht dat het normaal was omdat mijn vriendinnen me waarschuwden dat de eerste keer veel pijn kan doen. Op mijn 17de had ik een nieuwe relatie en ook toen lukte het niet. Ik raadpleegde mijn huisdokter die me doorverwees naar een gynaecoloog. Het was zij die vertelde dat ik vaginisme heb en dus niet ‘gewoon pijn’ had.”
Wat is het grootste misverstand dat mensen hebben?
“Er zijn twee misverstanden over vaginisme: mensen onderschatten het vaak, of ze overschatten het. Aan de ene kent denken veel dat het alleen maar in je hoofd zit, maar dat is niet zo. Voor iedereen is het anders. Op mijn 18de ging ik naar een seksuoloog, die me vertelde dat het bij mij fysiek aangeboren is. Aan de andere kant denken sommigen dat het een zware aandoening is. Ik kan verzekeren dat dat niet het geval is. In het dagelijks leven heb je er geen last van, maar op seksueel vlak natuurlijk wel.”
Hoe beïnvloedt het jouw leven?
“Het heeft er vijf jaar voor gezorgd dat ik onzeker was op seksueel vlak. Mensen spreken niet over vaginisme, waardoor je je op een manier tekortgeschoten voelt. Het was zeer stressvol om te bedenken hoe mensen erop zouden reageren. De vraag ‘Zal mijn toekomstige partner hier oké mee zijn?’ spookte vaak door mijn hoofd. Natuurlijk hoop je van wel, want anders is het niet de juiste, maar die onzekerheid blijft. Naarmate ik ouder werd, en de mensen met wie ik datete ook, werd het makkelijker om erover te spreken. Ook de gedachte dat ik nooit seks zou kunnen hebben zonder pijn was overweldigend. Voor mijn huidige relatie, dacht ik oprecht dat het niet mogelijk was, maar gelukkig heb ik nu ook een positieve ervaring en beïnvloedt het mijn leven niet meer al te erg.”
"Op het moment dat ik voorspel heb en ik niet echt seks wil, dan gaat dat ook niet."
Wat is de meest voorkomende reactie uit je omgeving?
“In het middelbaar kreeg ik veel onwetende reacties, zoals: ‘Huh? Wat is dat?’ Ook heb ik vorig jaar iemand gedatet en toen ik uitlegde dat ik vaginisme heb, zei hij: ‘Wow, zo raar dat dat kan!’ Dan denk ik: nee, het is niet raar. Het heeft niet lang geduurd tussen ons (lacht). Steeds vaker krijg ik de reactie dat anderen ook iemand kennen met vaginisme. Twee jaar geleden, tijdens een vrijwilligersreis, leerde ik voor het eerst iemand kennen die het ook heeft. Zij vond het bijzonder dat ik er zo open over kan spreken.”
Wat heeft het je geleerd over jezelf?
“Ik ben een people pleaser, tot het vermoeiende en extreme toe. Een psycholoog zei me dat ik meerdere keren mijn grenzen ben overschreden naar anderen toe. Dat doe ik om de mensen met wie ik date niet teleur te stellen. Ik heb geleerd om me daar niet meer mee bezig te houden, want het is niet oké om pijn te lijden voor het genot van anderen. Mijn gynaecoloog zegt dat mijn vaginisme afhankelijk is van of mijn baarmoeder er klaar voor is. Op het moment dat ik voorspel heb en ik niet echt seks wil, dan gaat dat ook niet. Wat eigenlijk wel goed is.”
Als je de kans kreeg om het niet te hebben, grijp je die kans dan?
“Ja. Er is niet echt een positieve kant aan. Ik weet dat er ergere dingen zijn, maar ik heb veel negatieve seksuele ervaringen gehad door het vaginisme. Ik heb wel onlangs de keuze gekregen om er eventueel van af te geraken. Twee weken geleden moest ik naar de gynaecoloog. Na zes jaar behandeling heeft hij tegen mij gezegd dat het enige wat me kan helpen een operatie is. Dat kwam als een verrassing omdat ik veel verschillende behandelingen geprobeerd heb: kinesitherapie, zalf, medicatie. Hij zei dat we het chirurgisch kunnen behandelen. Ik denk dat ik ongeveer 25 procent geneigd ben om ‘ja’ te zeggen tegen die operatie, want ik vind het wel eng. Het gaat om je zenuwen, en evengoed kan er iets misgaan, waardoor ik nooit meer plezier aan seks zou kunnen beleven.”
Welke vraag zou je willen dat mensen je vaker stellen?
“Ik merk dat er wel interesse is om te weten wat het inhoudt, maar mensen vragen nauwelijks hoe ik me erbij voel. De cliché psychologen vraag, ‘Wat doet dat met u?’, stellen mensen niet.”
Wat had je graag geweten voordat je ermee geconfronteerd werd?
“Het komt veel vaker voor dan ik initieel dacht. Daarnaast is het geen onoverkomelijk probleem. Ik kan de operatie ondergaan, maar weet niet of ik dat wil. Wat ik wil zeggen is dat het niet zo is dat het altijd zo hoeft te zijn.”
"De cliché psychologen vraag 'Wat doet dat met u?', stellen mensen niet."
Wat heeft je geholpen om je sterker te voelen?
“Mijn huidig liefje is een schatje. Zijn reactie was: ‘Oh mijn mama heeft dat ook.’ Ik vond dat heel leuk dat zijn mama daar zo open over is. Dat maakte ook dat hij heel begripvol was naar mij toe. Ik heb eindelijk een goede relatie, en de helft van de tijd lukt het, de andere helft niet. Dat spreekt tegen wat ik zei, namelijk dat het niet enkel mentaal is, maar het werkt omdat ik mij echt op mijn gemak voel bij hem. Dus ja, het gaat beter.”
Hoe zou er meer bewustwording gecreëerd kunnen worden?
“Seksuele voorlichting over vaginisme in het middelbaar, dat heb ik gemist. Ik weet niet of het nu wel behandeld wordt, maar tijdens mijn middelbareschooltijd in ieder geval niet.”
Welk advies zou je anderen met vaginisme geven?
“Sowieso op nummer één: de juiste hulp zoeken. Daarnaast heb ik zelf niet genoeg vragen gesteld over de behandelingen die gegeven werden. Als ik dat wel had gedaan, geloof ik dat ik een veel kortere behandeling had kunnen hebben.”