Ik haat bellen. Of beter: ik durf niet bellen. “Die gsm’s zijn het verlengde van je hand”, zegt mijn mama vaak als ik mijn gsm bovenhaal tijdens een gesprek. Dan volgt haar vaste klaagzang dat jongeren niet meer zonder smartphones kunnen. Maar als die gsm een extra ledemaat is, waarom durven we hem dan niet te gebruiken om te bellen, die jeugd van tegenwoordig?
Geschreven door Sarah Venken
Ik ben Sarah, en ik lijd aan belangst. Zo lijkt het alsof ik me voorstel bij een AA-bijeenkomst. Als ik iets wil vragen stuur ik een bericht. En als een berichtje geen optie is (zoals mijn kapper die alleen telefonisch afspraken inplant), neem ik mijn gsm vast met zwetende handen terwijl mijn hart in mijn keel klopt. Vaker overtuig ik mijn mama om de afspraak voor mij te maken als ze voor zichzelf belt. Dan schaam ik me wel echt. Want zij vindt bellen helemaal niet eng.. Toen ik die angst bij vriendinnen aankaartte, merkte ik dat belangst eigen is aan onze generatie. We zijn dan wel opgegroeid met smartphones, maar vooral met chatfuncties en sociale media. Over elk antwoord wordt nagedacht voor we op “verzenden” klikken. Spontane, directe communicatie? Die behoort niet (meer) tot onze vaardigheden. Maar als toekomstige journalist vond ik het tijd om mijn belangst onder ogen te zien. Daarom besloot ik om een week lang alle communicatie via de telefoon te laten verlopen. Geen Messenger, geen sms’jes. Alleen telefoongesprekken. Hoe moeilijk kan dat zijn? (Spoiler: heel moeilijk.) Ik vroeg mijn vrienden of ze mij ook zo veel mogelijk wilden bellen. Want wat is erger dan zelf iemand opbellen? Gebeld worden en tien seconden de tijd krijgen om te beslissen of je opneemt. En als je te lang wacht, moet je zélf terugbellen. Horror.
"Zodra het scherm oplichtte, schoot mijn fight-or-flight-reactie in werking, waarvan normaal gezien die laatste altijd wint"
Stap één was mijn gsm van ‘stil’ naar ‘luid’ zetten, een instelling die mijn gsm in de vijf jaar dat ik hem heb nog nooit gekend had. Mijn beltoon is me vreemd. Ik begon voorzichtig: mijn kotgenoot bellen om over mijn dag te vertellen. Dat was niet eng. Later die dag ging mijn telefoon over in de trein. Een vriendin die een jaar in Schotland woont, belde. En ja hoor, zodra het scherm oplichtte, schoot mijn fight-or-flight-reactie in werking, waarvan normaal gezien die laatste altijd wint. Maar ik sprak mezelf streng toe, nam op en genoot onverwachts van een gezellig gesprek. Ze voelde zich vereerd dat ik opnam, wat genoeg zegt over mijn reputatie als beller.
De dag daarna boekte ik zélf een afspraak bij de kapper, zonder tussenkomst van mijn mama die anders zeker een onmogelijk uur op zaterdag zou kiezen. Zondag belde ik de bloemenwinkel om de hoek. “Hallo, ik wou even vragen tot hoe laat jullie vandaag open zijn ?” Even stilte. “Tot 12u30!” Het was geen nuttig gesprek, want de openingsuren staan gewoon online, maar de ontlading die ik voelde toen ik ophing, was groot. Waarom zoiets simpels me zo veel stress bezorgt, vraag je je misschien af? Een sluitende verklaring heb ik niet, maar “onzekerheid” vat het mooi samen. Onzekerheid over hoe het gesprek zal verlopen, angst om te struikelen over mijn woorden of om een ongemakkelijk gesprek te hebben: dat speelt allemaal door mijn hoofd voordat ik bel. Maandag was de mama van mijn vriend jarig. We bellen elkaar normaal nooit, maar ik verzamelde mijn moed en wenste haar een gelukkige verjaardag. Het gesprek verliep vlot en mijn vriend vertelde later dat ze er heel blij mee was.
Maar het ergste moest nog komen. Als journalist kon ik er niet meer onderuit: bellen met bronnen. Waar ik normaal gezien een mail voor zou sturen, belde ik nu om een interview te vragen. De paniek was groot, mijn handen trilden, ik schreef mijn vragen vooraf op en oefende wat ik ging zeggen. Terwijl de telefoon overging , ijsbeerde ik door de kamer. Uiteindelijk bleek al mijn stress voor niets te zijn, want dat telefoontje was sneller en efficiënter dan heel wat mailverkeer. Wie had dat gedacht? (Iedereen boven de 40, waarschijnlijk.)
Op vrijdag, de laatste dag van mijn belangst-overwinnen-week, werd het concert waar ik al weken naar uitkeek geannuleerd. Ik belde naar Vorst Nationaal om te vragen of we ons geld zouden terugkrijgen. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met “in de wacht” te staan, vergezeld door een krakend muziekje waardoor mijn hart nog sneller begon te slaan. Gelukkig duurde het telefoontje niet langer dan drie minuten en wist een vriendelijke vrouw me te vertellen dat ze geen verdere informatie hadden. En dat ze het heel jammer voor me vond.
Mijn belangst is in de voorbije week veel verbeterd, want zoals bij elke angst geldt: je moet hem onder ogen zien om hem te overwinnen. Ik heb geleerd dat mensen niet door de telefoon heen bijten en dat ik zonder nadenken op de ‘bel’-knop moet drukken. Hoe langer ik naar het telefoonnummer staar, hoe banger ik word. Mijn angst is zeker nog niet over en wie weet ben ik mijn bevindingen over drie maanden weer vergeten, maar het is een berg geworden die ik kan beklimmen. En als iemand me vraagt hoe laat de bloemenwinkel sluit? Dan weet ik het zonder te bellen. Kleine overwinningen, toch?
Tien tips voor lotgenoten:
- Begin klein – bel een vriend(in) of familielid voordat je jezelf dwingt een onbekende te bellen.
- Oefen je openingszin – je struikelt minder over je woorden als je de zin al eens hebt uitgesproken.
- Schrijf je vragen neer – noteer de kernpunten van je gesprek of schrijf uit wat je wil zeggen.
- Stilte is niet erg – jij vindt het ongemakkelijker dan de andere persoon. Geloof me.
- Zet een timer – geef jezelf maximaal vijf seconden om op de belknop te drukken. Dat helpt enorm.
- Wat is het ergste dat kan gebeuren? – je angst is waarschijnlijk ongegrond, dus stel jezelf de vraag waar je bang voor bent.
- Bellen is sneller! – één telefoontje bespaart je soms een hele dag wachten op een antwoord.
- Bel alleen – zorg ervoor dat niemand over je schouder zit mee te luisteren. (Ik heb het in de trein gedaan, en dat is extra eng).
- Mensen zijn vriendelijker dan je denkt – alle paniek die ik had, was voor niets. Omdat niemand met wie ik sprak me afsnauwde. Het is een irrationele angst.
- Doe het zo veel mogelijk – hoe eng het ook is, de enige manier om je belangst te overwinnen is door effectief te bellen. Dus als je een telefoontje zit uit te stellen, bel nu. Ja, nu!