Taal leeft. Wat gisteren nog ‘kicken’ was, is vandaag ‘fire’ en wat boomers ooit ‘heel speciaal’ vonden, noemen Gen Z nu ‘sus’. Elke generatie heeft haar eigen woordenschat. Maar hoe kun je dan nog duidelijk communiceren? En aan welke woorden of uitdrukkingen kun je herkennen tot welke generatie iemand behoort? In deze rubriek duiken we in de woordenschat van verschillende generaties om misverstanden uit de wereld te helpen.
Geschreven door Sarah Venken
“Dat is heel speciaal” (Boomer) = iets vreemd vinden en dat willen uitdrukken zonder beledigend over te komen, maar het toch laten doorschemeren.
“Ah ja, die gaten in je broek is nu de mode. Dat is… heel speciaal.”
“Dat staat op de almanak” (Boomer) = dat is een vaststaand feit. Een almanak is een jaarlijkse publicatie van zaken als weersvoorspellingen en landbouwtips. Het woord wordt niet vaak meer gebruikt, omdat alles nu op Google te vinden is.
“Wanneer werd Napoleon verbannen naar Elba?”
“1814. Dat staat op de almanak!”
Ok (Gen X) = het typische papa-antwoord op alle mogelijke berichten (ook als je net dramatisch je hart hebt uitgestort), meestal gevolgd door een duimpje omhoog 👍.
“Ik neem de trein van 15u! Heb echt een heel slechte dag gehad, amai”
“Ok”
Dude (Gen X) = gebruikt als een aanspreekvorm of om iemand (meestal een man, maar niet altijd) aan te duiden. Ook wel een synoniem van het woord ‘gast’.
“Dude, heb je dat gezien?” of “Dat is echt een rare dude.”
Epic (Millennial) = gebruikt om iets groots, iconisch of indrukwekkends te beschrijven.
“Dat feest was echt epic.”
Cringe (Millennial) = iets is gênant of ongemakkelijk. Kan ook als werkwoord gebruikt worden.
“Ik moest heel hard cringen van wat hij net deed.”
Slay (Gen Z) = iets uitzonderlijk goed doen of er heel goed uitzien. Slay komt van het Engelse werkwoord “to slay”, wat letterlijk “doodslaan” betekent. In moderne jongerentaal verwijst het figuurlijk naar het overdonderen of imponeren van anderen met je prestaties, uitstraling of stijl.
“Je ziet er zo goed uit vandaag! Slay!”
Flexen (Gen Z) = ergens mee opscheppen of heel goed in zijn.
“Je moet niet zo flexen met die auto.”
Noncha (Gen Alpha) = afkorting van ‘nonchalant’. Betekent ‘chill of zorgeloos zijn’.
“Ik moest noncha blijven.”
Aura (Gen Alpha) = de (coole) energie die iemand uitstraalt. Aura is afkomstig uit het Grieks en betekent ‘luchtstroom’. In jongerentaal is aura een energieveld dat mensen omgeeft. Jongeren gebruiken het in een puntensysteem om aan te geven wanneer iemand coole of gênante momenten meemaakt.
“Je bent 1000 aurapunten verloren toen je daarnet struikelde.”