Naar inhoud

Het einde van het multiplex?

Beeld_Cultuur_Maxine

 ©Unsplash

Streamingdiensten zoals Netflix schieten als paddenstoelen uit de grond en dagen het businessmodel van bioscoopketens uit. Films verschijnen steeds sneller op het witte doek of slaan de cinema gewoonweg over. Toch hoeven multiplexen zoals Kinepolis niet noodzakelijk een grijze toekomst tegemoet te gaan. Tenminste als ze erin slagen zich heruit te vinden.

Opinie - Cultuur

‘No time to die’ luidt de leuze van Eddy Duquenne, de CEO van Kinepolis. Zo kijkt de man, die nagenoeg een monopolie in de bioscoopbranche op de Belgische markt beheert, optimistisch naar het postcoronatijdperk. Het is dan ook niet de eerste keer dat cinema ten dode is opgeschreven. Eerst met de komst van televisie, daarna door VHS-cassettes (Video Home System, n.v.d.r.), het ontstaan van het internet en nu door de komst van streamingdiensten. Duquenne mag dan wel optimistisch zijn, maar de jaarresultaten van 2020 schetsen een minder rooskleurig beeld. Zo maakte het bedrijf vorig jaar verlies en vertoont het bovendien met meer dan 513 miljoen schulden een flink verzwakte balans. Ook het bezoekersaantal daalde met 70,1 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. De grote schuldige? Een onzichtbaar virus. 

Over the top

Net zoals in andere sectoren is de impact van corona groot. Voorlopig lijkt het bedrijf de sluiting van de zalen nog te kunnen overbruggen. Maar de lening van 80 miljoen euro die Kinepolis onlangs aanging, doet vermoeden dat Duquenne stilaan begint te zweten. Toch is het niet het virus, maar een ander snel verspreidend fenomeen dat de grootste bedreiging voor de bioscoopketen vormt: de streamingdiensten. Steeds meer productiehuizen hebben namelijk hun eigen distributieplatform . Ook ‘originals’ gemaakt voor en door streamingdiensten verschijnen niet langer op het witte doek. Direct-to-consumerbusinessmodellen winnen aan populariteit en lijken bioscopen – of toch zeker de multiplexen – stilaan overbodig te maken. 

“Platformen zoals Netflix of het huis van de muis vormen een grote uitdaging voor de filmbranche en kunnen de dood van bioscopen betekenen. Tenzij ze erin slagen zich heruit te vinden.”

Filmproducenten hebben zo altijd al de overhand gehad in hun symbiotische relatie met bioscopen. Terwijl die eersten meer onderhandelskracht verwerven, worden die laatsten in een steeds afhankelijkere positie geduwd. De release windows zijn de laatste jaren alleen maar korter geworden terwijl bioscopen nog altijd gemiddeld 55 procent van de ticketverkoop aan productiehuizen uitbetalen. Die trend zet zich nu voort. Meer nog, door de sluiting van de bioscopen zijn de release windows aan diggelen geslagen. Filmpremières zijn niet alleen uitgesteld, maar soms ook afgelast. Blockbusters zoals de Disneyfilm Mulan verschijnen direct op de eigen kanalen van de producent. Bioscopen worden zo ‘over het hoofd’ voorbijgestoken, een evolutie die zich ook al in andere sectoren voltrok.

Focus op ervaring

Wereldwijd is de bioscoopsector op zoek naar nieuwe manieren om met die uitdaging om te gaan. Vooral de kleinere bioscopen experimenteren al enkele jaren met alternatieven. Door in te zetten op een nichepubliek en unieke ervaringen aan te bieden, proberen ze zich te onderscheiden van de grote ketens. Maar ook de multiplexen zijn tegenwoordig niet meer veilig. Het verbaast daarom niet dat Duquenne nadenkt over de toekomst van Kinepolis. Zo kondigde hij onlangs aan om privécinema mogelijk te maken door groepen van minimaal tien personen een zaal te laten huren. Daarnaast focust hij op een samenwerking met Netflix om de ‘originals’ ook op het grote doek te vertonen. De CEO gelooft dat de cinema een extra beleving biedt waardoor klanten bereid zullen zijn om Netflix-films in de bioscoop te bekijken. Daar springt het meerwaardevlaggetje van het bedrijf omhoog: een beleving aanbieden.

Zo hoogmoedig als Icarus

Dat belevingsaspect is de voorbije jaren een nieuwe troef geworden. De bioscoopketen investeert dan ook fors in nieuwe geluidsinstallaties, beeldkwaliteit en bewegende zetels. Duquenne gelooft dat de grootste concurrent niet de streamingdiensten en thuiscinema’s zijn, maar eerder een terrasje op een zonnige dag, de wereldbeker voetbal of een festival. Kortom alles wat mensen weglokt uit de fluwelen rode zeteltjes. Daar lijkt de CEO nu deels van af te stappen door een akkoord te sluiten met concullega Netflix. Toch zal dat akkoord de bioscoopketen niet redden. Zonder innovatie overleven bedrijven niet. 

“Bioscoopketens bevinden zich in een te afhankelijke positie van filmproducenten om te overleven met magie alleen.”

Duquenne lijkt zo de urgentie om te innoveren wat te onderschatten en riskeert zich te verbranden aan zijn hoogmoedigheid. Kinepolis zou niet het eerste bedrijf zijn dat over de kop gaat omdat het ervan uitgaat dat het ook in de toekomst nog relevant zal blijven. Denk maar aan Kodak of Internet Explorer. De snelheid waarmee streamingdiensten innoveren valt niet te volgen. En ondanks dat Duquenne zoals vele andere cinefielen gelooft in de magie van cinema, begeeft hij zich zo op glad ijs. Bioscoopketens bevinden zich in een te afhankelijke positie van filmproducenten om te overleven met magie alleen. Wie niet innoveert, blijft achter. Dat heet creatieve destructie: het oude wordt vernietigd om plaats te maken voor nieuwe creatieve ontwikkelingen. 

Magie alleen is niet genoeg

Als multiplexen zoals Kinepolis willen overleven, wordt het tijd dat ze beginnen na te denken over de toekomst van cinema en een vergrootglas plaatsen boven hun businessmodel. Zo moeten ze enerzijds nadenken over hoe ze waarde kunnen blijven creëren en dus relevant kunnen blijven in de toekomst. Anderzijds moeten ze voldoende inkomsten kunnen genereren. 

Het succes van streamingdiensten en de kleine bioscopen die weten te overleven, ligt in de individuele ervaring en unieke beleving die ze de kijkers aanbieden. Daar kan ook Duquenne iets uit leren. Zo zijn er in Helsinki wijkbioscopen die het heel goed doen. Elke cinema heeft daar zijn eigen doelpubliek en werkt samen met andere cinema’s en de buurt om evenementen te organiseren. En in New York zijn er cinema’s waar je kan dineren tijdens de film. Maar de tijd waar blockbusters zonder problemen elke dag opnieuw volledige zalen vulden, is voorbij. Om in tijden van streaming relevant te blijven, moet die totaalbeleving en verbinding met de gemeenschap centraal staan. 

“Wie niet innoveert, blijft achter. Only the paranoid survive.”

Kinepolis durft al eens een teen in dat onbekende water te doppen, maar heeft voor de rest last van koudwatervrees. Met alleen kleine innovaties zoals bewegende stoelen die moeten opboksen tegen de steeds betere en betaalbaardere thuiscinema’s zal het niet lukken. Platformen zoals Netflix of het huis van de muis vormen een grote uitdaging voor de filmbranche en kunnen de dood van bioscopen betekenen. Tenzij ze erin slagen zich heruit te vinden. Ook al staat het water Kinepolis nog niet aan de lippen, is het nu tijd om actie ondernemen. Of zoals CEO van Intel Andy Grove het stelde: “Only the paranoid survive.”

door Maxine De Wulf Helskens